Landelijk Indicatie Protocol

Kraamzorg op maat door het Landelijk Indicatie Protocol.

Inleiding
Vanaf 1 januari 2006 valt kraamzorg voor iedereen binnen het basispakket van de nieuwe zorgverzekering. Daar is voor gekozen, omdat we in Nederland kraamzorg belangrijk vinden. Kraamzorg helpt moeder en kind om een goede start te maken in deze zo bijzondere levensfase.

Wat verandert er?
De organisatiesdie betrokken zijn bij kraamzorg hebben afgesproken de toekenning van kraamzorg vanaf 1 januari 2006 nóg beter te organiseren. Niet meer volgens (soms) ondoorzichtige en plaatselijk verschillende regels, die voor u als cliënt onduidelijk kunnen zijn. Voortaan wordt de zorg afgestemd op wat die ene moeder en dát kind écht nodig hebben in de kraamtijd.

Het Landelijk Indicatieprotocol
Om dat te bereiken ontwikkelden deze organisaties met grote zorgvuldigheid een Landelijk Indicatie Protocol kraamzorg: een handleiding waarmee de kraamzorgaanbieders, verloskundigen en verzekeraars in het hele land op dezelfde manier bepalen welke kraamzorg nodig is. Voor elke individuele situatie opnieuw. Zodat iedereen in Nederland kan rekenen op kraamzorg op maat. Met een rechtvaardige en uniforme verdeling van de beschikbare middelen en capaciteit.

Kraamzorg en mantelzorg
Iedereen in Nederland heeft dus recht op kraamzorg. Kraamzorg houdt in dat moeder en kind thuis de verzorging, begeleiding en ondersteuning krijgen die nodig is. De mensen die kraamzorg geven zijn daar speciaal voor opgeleid. Anno 2006 gaat ook kraamzorg hand in hand met mantelzorg. De kraamvrouw is zélf verantwoordelijk voor het regelen van die mantelzorg. Net als in andere zorgsituaties. Met mantelzorg bedoelen we de hulp die we vrijwillig aan elkaar geven en krijgen van bijvoorbeeld de partner, huisgenoten, oma, opa of de buren. De kraamverzorgende doet de basishuishoudelijke taken die direct te maken hebben met de zorg voor moeder en baby. Voor de extra huishoudelijke taken, die de kraamvrouw tijdelijk niet zelf kan doen, wordt de mantelzorg ingeschakeld. Zoals voor de verzorging van andere kinderen binnen het gezin, het in huis halen van de boodschappen en het bereiden van de avondmaaltijd. Het is belangrijk dat u zelf tijdig afspraken maakt over de mantelzorg binnen uw eigen omgeving voor de periode na de bevalling.

Hoe gaat het in de praktijk?
Welke kraamzorg voor u van toepassing is, wordt zo objectief mogelijk bepaald met behulp van het Landelijk Indicatie Protocol kraamzorg. Dat is de leidraad waarmee de aard (de inhoud) en de omvang (het aantal uren) van de kraamzorg die nodig is wordt beoordeeld.

Op drie momenten wordt gekeken welke kraamzorg nodig is. Dat noemen we de indicatiestelling. De eerste keer is dat bij een zwangerschapsduur van uiterlijk 36 weken. Een daartoe deskundig beroepsbeoefenaar (de intaker) beoordeelt dan de noodzakelijke inhoud van de kraamzorg: wat is nodig voor díe kraamvrouw in dát gezin? Daarop wordt in eerste instantie het aantal te bieden uren kraamzorg gebaseerd. De intaker komt bij u thuis als u in verwachting bent van uw eerste kind. Bij een volgend kind kan, afhankelijk van uw situatie, het gesprek thuis plaatsvinden of is er telefonisch contact.

Maar niet alles is vóór de bevalling bekend. Daarom wordt ook op twee andere momenten gekeken welke zorg geboden moet worden. Dat gebeurt op de dag van de bevalling én op de derde of vierde dag na de bevalling. Pas dan is immers helder wat moeder en kind écht nodig hebben. Uw eigen verloskundige (of huisarts) en kraamverzorgende doen samen deze tweede en derde inschatting. Als het nodig is, wordt de geboden zorg aangepast aan de nieuwe zorgvraag. Dat noemen we een herindicatie. Dit kan betekenen dat u alsnog meer kraamzorg krijgt dan oorspronkelijk is toegezegd. Maar minder kan ook voorkomen, namelijk als het oorspronkelijke voorgestelde pakket niet nodig blijkt.
In het kraamzorgdossier komt precies te staan welke kraamzorg u krijgt en waarom. Dan kan altijd worden getoetst hoe het is gegaan.

Kraamzorg op maat
Het resultaat van deze manier van werken leidt ertoe dat u de kraamzorg krijgt die nodig is om u en uw kind een goede start te geven. De kraamzorg biedt daarbij ondersteuning op het gebied van verzorging van moeder en kind, geeft instructies, advies en voorlichting, draagt zorg voor goede hygiëne en een aantal basis huishoudelijke taken. De kraamverzorgende kijkt naar wat er in uw situatie aan de hand is, zodat zij ook de verloskundige en/of huisarts goed kan informeren over het verloop van het kraambed. Als alles bij de bevalling goed verloopt ontvangt u kraamzorg met een basisomvang van 49 uur. Afhankelijk van uw persoonlijke situatie kunnen daar uren bijkomen of afgaan.

Tot besluit
We hopen dat deze informatie duidelijk maakt op welke wijze de toekenning van kraamzorg in zijn werk gaat en dat dit voor iedereen op dezelfde manier gebeurt. Uw kraamzorgaanbieder en uw verzekeraar kunnen u nader informeren. Voor iedereen geldt een wettelijk vastgestelde eigen bijdrage per uur (het uurtarief voor 2014 is vastgesteld op € 4,10). Hiervoor ontvangt u na afloop een factuur van ons. Deze kosten kunt u in de meeste gevallen, afhankelijke van uw verzekeringspakket, declareren bij uw zorgverzekeraar.

 1 De organisaties die dit landelijk indicatieprotocol kraamzorg hebben opgesteld en hebben afgesproken op deze manier te werken zijn: de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN), de organisatie van zorgondernemers (Z-org, voorheen LVT), Sting, landelijke beroepsvereniging verzorging en Zorgverzekeraars Nederland (ZN, de branche-organisatie van de verzekeraars).